ECLI:NL:CRVB:2017:651
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging duurzame band Nederland en recht op kinderbijslag bij terugkeer uit Suriname
Verzoekster, geboren in 1975, keerde in 2015 met haar zes kinderen terug naar Nederland na een verblijf in Suriname. Zij vroeg kinderbijslag aan, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat zij op de peildatum 1 januari 2016 niet beschikte over zelfstandige woonruimte en geen arbeid verrichtte in Nederland. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat er sprake was van een duurzame band met Nederland.
De Svb ging in hoger beroep en voerde aan dat meerdere objectieve en subjectieve factoren in samenhang moeten worden beoordeeld om ingezetenschap vast te stellen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoekster, die in Nederland was opgegroeid, haar woning en bezittingen in Suriname had opgegeven en met haar kinderen bij haar moeder woonde, een duurzame band met Nederland had op de peildatum.
De voorzieningenrechter bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het ontbreken van zelfstandige woonruimte en arbeid op die datum niet uitsluit dat sprake is van ingezetenschap. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de Svb inmiddels kinderbijslag had toegekend per 1 januari 2017. De Svb werd veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat verzoekster op 1 januari 2016 een duurzame persoonlijke band met Nederland had en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.