ECLI:NL:CRVB:2015:3769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum functietoewijzing eerste luitenant vanaf november 2013
Betrokkene was sinds 1 juni 2010 geplaatst in een lagere functie en vervulde vanaf 2 februari 2012 de waarneming van de functie van eerste luitenant. Hoewel betrokkene vanaf 1 februari 2013 geen waarnemingstoelage meer ontving, bleef hij de functie uitvoeren. De vacature voor deze functie was sinds begin 2013 meerdere malen opengesteld, met een gewenste begindatum van 1 november 2013.
Appellant, de Minister van Defensie, wees betrokkene aanvankelijk niet toe aan de functie, maar besloot later per 1 mei 2014 tot functietoewijzing. De rechtbank stelde echter vast dat de ingangsdatum van de functietoewijzing op 1 november 2013 moest liggen, omdat de noodzaak tot benoeming al vóór 3 maart 2014 bestond.
De Raad oordeelt dat de discretionaire bevoegdheid van appellant terughoudend wordt getoetst en dat appellant niet in redelijkheid de functie pas per 1 mei 2014 kon toewijzen. De nota van 3 maart 2014 bevestigde slechts de reeds bestaande noodzaak. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De ingangsdatum van de functietoewijzing wordt vastgesteld op 1 november 2013 en niet op 1 mei 2014.