ECLI:NL:RBDHA:2022:9534
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake functietoewijzing bij Defensie
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Defensie van 7 juli 2022, waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een door hem geambieerde functie. Verzoeker stelde dat zijn werkervaring en kennis wel aansluiten bij de functie-eisen, maar werd niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek vanwege onvoldoende aansluiting bij het gewenste profiel.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld vanwege onverwijlde spoed, omdat de functie niet langer vacant kon blijven. Uit de toelichting en de selectiematrix blijkt dat verweerder de afweging zorgvuldig heeft gemaakt en dat de beslissing redelijk is genomen.
De rechter concludeert dat de discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan terughoudend wordt getoetst en dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.