ECLI:NL:CRVB:2015:3015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- J. Brand
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang voor uitgeprocedeerde vreemdeling
Appellante, afkomstig uit Tibet en uitgeprocedeerd in haar asielaanvragen, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam maatschappelijke opvang aan op grond van de Wmo. Het college wees deze aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden, met name omdat zij geen feitelijke dakloosheid had.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat appellante onderdak had bij vrienden en kennissen. In hoger beroep benadrukte appellante haar uitzichtloze situatie en haar afhankelijkheid van hulp, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de toen geldende wet- en regelgeving en vaste jurisprudentie geen positieve opvangplicht voor het college bestond.
De Raad stelde vast dat de relevante beoordelingsperiode liep van de aanvraag op 23 augustus 2012 tot de beslissing op bezwaar van 14 februari 2013. Gedurende deze periode was er geen sprake van dakloosheid of dreiging daarvan, omdat appellante onderdak had binnen de Tibetaanse gemeenschap. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag maatschappelijke opvang bevestigd.