ECLI:NL:RVS:2013:2099
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen recht op opvang vreemdeling wegens ontbreken acute medische noodsituatie
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees de aanvraag van de vreemdeling om opvang te verlenen af op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het COa terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling niet tot de categorieën behoort die recht hebben op opvang en dat medische problematiek alleen tot opvang leidt bij een acute medische noodsituatie. Uit de medische stukken bleek dat de vreemdeling psychiatrische zorg nodig heeft, maar deze zorg kan ook buiten opvang worden voortgezet. De Raad oordeelt dat het COa zijn beoordeling in redelijkheid heeft beperkt tot de vraag of sprake is van een acute noodsituatie.
Verder oordeelt de Raad dat artikel 8 EVRM Pro geen algemeen recht op opvang geeft, maar slechts onder omstandigheden verplichtingen schept om het privéleven te respecteren. De medische situatie van de vreemdeling rechtvaardigt geen opvang. Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van opvang gehandhaafd.