ECLI:NL:CRVB:2015:3014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- J. Brand
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens ontbreken feitelijke dakloosheid
Appellant, van Tibetaanse afkomst en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, diende in juli 2012 een aanvraag in voor maatschappelijke opvang bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Deze aanvraag werd in september 2012 afgewezen en het bezwaar daarop in februari 2013 ongegrond verklaard, omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor maatschappelijke opvang, met name omdat hij niet feitelijk dakloos was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat appellant onderdak had bij vrienden en kennissen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat het college hem wel hulp had moeten bieden.
De Raad overwoog dat op grond van de Wmo en de Vreemdelingenwet 2000 appellant geen aanspraak kon maken op maatschappelijke opvang. De Raad bevestigde dat gedurende de relevante periode van 13 juli 2012 tot 13 februari 2013 geen sprake was van feitelijke dakloosheid of dreiging daarvan, omdat appellant verbleef bij vrienden binnen de Tibetaanse gemeenschap. Daarom was het college niet verplicht hem op grond van artikel 8 EVRM Pro opvang te bieden.
Het hoger beroep had geen betrekking op latere besluiten en slaagde niet. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag maatschappelijke opvang wordt bevestigd.