Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2015:1751

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2015
Publicatiedatum
4 juni 2015
Zaaknummer
13-5741 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WWBArt. 16 WWBArt. 18 Beleidsregel bijzondere bijstandArt. 20 Beleidsregel bijzondere bijstandArt. 59 Beleidsregel bijzondere bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten eigen risico zorgverzekering

Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico van zijn zorgverzekering over 2011 en 2012, welke door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen werd afgewezen. Het college beriep zich op het bestaan van een passende en toereikende voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de WWB en het ontbreken van zeer dringende redenen volgens artikel 16 van Pro de WWB.

De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn bijzondere gezondheidssituatie een uitzondering rechtvaardigt en dat er zeer dringende redenen zijn om bijzondere bijstand toe te kennen. Tevens deed hij een beroep op het gemeentelijke beleidsreglement.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verplicht eigen risico een bewuste keuze van de wetgever is en een uitputtende regeling vormt die als voorliggende voorziening geldt. De gezondheidssituatie van appellant rechtvaardigt geen uitzondering. Ook werd geoordeeld dat zeer dringende redenen slechts bestaan bij acute noodsituaties van levensbedreigende aard, wat hier niet is aangetoond. Het beroep op het gemeentelijke beleid faalde eveneens omdat dit de kosten van het eigen risico expliciet uitsluit.

De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor het eigen risico wordt bevestigd.

Uitspraak

13/5741 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
13 september 2013, 12/1588 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.L. Crutzen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2015. Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.H.J.M. van de Heuvel.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij besluit van 25 april 2012, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 30 augustus 2012 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant van 23 maart 2012 om bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico van de zorgverzekering over de jaren 2011 en 2012 afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat met betrekking tot medische kosten, waaronder het verplicht eigen risico, sprake is van een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB) die geacht wordt voor de betrokkene passend en toereikend te zijn, dat van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van Pro de WWB geen sprake is en dat toepassing van het (buitenwettelijk) beleid ook niet leidt tot toekenning van bijzondere bijstand voor deze kosten.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij is van mening dat in zijn bijzondere situatie niet van een passende en toereikende voorliggende voorziening kan worden gesproken. Voor het geval daarvan wel sprake zou zijn doet appellant een beroep op het bestaan van zeer dringende reden om bijzondere bijstand te verlenen en op de artikelen 18 en 59 van de “Beleidsregel bijzondere bijstand” (beleidsregel) van het college.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De Raad heeft meerdere keren overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van
14 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:6734) dat aan het hanteren van een verplicht eigen risico een bewuste keuze van de wetgever ten grondslag ligt, die ertoe leidt dat in beginsel sprake is van een uitputtende - passende en toereikende - regeling, die een voorliggende voorziening oplevert in de zin van artikel 15 van Pro de WWB. In de stelling van appellant dat zijn gezondheidssituatie zodanig is dat, met name vanwege hoge kosten van geneesmiddelen, de volledige kosten van het eigen risico voor de ziektekostenverzekering zich jaarlijks voordoen, is geen grond gelegen voor het oordeel dat in de situatie van appellant niet van een voorliggende voorziening kan worden gesproken. Hierbij is van belang dat het vaststellen van een verplicht eigen risico een algemene maatregel betreft die voor alle zorgverzekerden geldt en waarmee alle zorgverzekerden te maken kunnen krijgen.
4.2.
Het beroep van appellant op artikel 16, eerste lid, van de WWB slaagt niet. Van zeer dringende redenen als bedoeld in die bepaling is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van
1 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:6576) slechts sprake ingeval van een acute noodsituatie, dat wil zeggen een situatie die van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig lichamelijk of psychisch letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben, welke noodsituatie alleen door verlening van bijstand te verhelpen is. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat die situatie zich hier voordoet.
4.3.
De door appellant ingenomen stelling dat het college debet is aan zijn problematische financiële situatie laat de Raad onbesproken. Deze valt buiten het kader van dit geding.
4.4.
Het college heeft in het bestreden besluit op goede gronden overwogen dat de beleidsregel niet voorziet in de mogelijkheid van toekenning van bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico. Artikel 20 van Pro de beleidsregel sluit verlening van bijzondere bijstand voor deze kosten uit. De betaling van de kosten van het volledig eigen risico kan, mede tegen de achtergrond van wat is overwogen in 4.1 (slot), niet worden begrepen onder bijzondere medische omstandigheden als bedoeld in artikel 18 van Pro de beleidsregel en evenmin worden beschouwd als een bijzondere situatie in de zin van artikel 59 van Pro de beleidsregel. Het beroep van appellant op de beleidsregel treft daarom geen doel.
4.5.
Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2015.
(getekend) C. van Viegen
(getekend) J.L. Meijer

HD