ECLI:NL:CRVB:2015:138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WGA-uitkering op basis van 62,23% arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek in oktober 2009 met fysieke en later psychische klachten en werkte laatstelijk als fulltime medewerker bloemenveiling. Het UWV stelde aanvankelijk geen recht op WIA-uitkering vast, maar herzag dit besluit na bezwaar en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 62,23% en een resterende verdiencapaciteit van €4,88 per uur.
Appellant voerde beroep aan tegen dit besluit, stellende dat de geschiktheid van de geselecteerde functies onvoldoende was gemotiveerd en dat de berekening van het maatmaninkomen en de urenomvang onbegrijpelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat de rechtbank onterecht artikel 6:22 Awb Pro toepaste en dat de verzekeringsarts ten onrechte geen beperking op het handelingstempo had aangenomen. De Raad oordeelde dat eerdere jurisprudentie van de rechtbank Alkmaar was achterhaald en bevestigde dat de medische beoordeling en functiegeschiktheid voldoende waren gemotiveerd. De minimale bijstelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage had geen gevolgen voor de uitkering.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek van appellant tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 62,23%.