ECLI:NL:CRVB:2015:2098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, viel sinds 1994 uit wegens psychische klachten. Het UWV weigerde in 2006 een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Na bezwaar en beroep bleef dit besluit gehandhaafd. In 2011 verzocht appellant om herbeoordeling wegens verslechterde gezondheid, maar het UWV wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV niet heeft beoordeeld of appellant aanspraak kon maken op een uitkering voor de toekomst of op grond van artikel 43a van de WAO. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De Raad stelde vast dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die nader onderzoek rechtvaardigen. De medische verklaringen van Jait Driss werden als niet nieuw en onvoldoende gemotiveerd beschouwd. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Vergoeding van proceskosten werd deels toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.