ECLI:NL:CRVB:2014:511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WW-uitkering zelfstandige zonder nieuw bewijs
Appellant verzocht om herbeoordeling van een eerder genomen besluit van het UWV waarbij zijn WW-uitkering werd herzien op basis van een minimale werkweek van 23,56 uur als zelfstandige. Na bezwaar en eerdere procedures werd het verzoek tot herbeoordeling afgewezen, waarbij het UWV het aantal gewerkte uren corrigeerde naar zestien uur per week.
Appellant voerde aan dat hij in 2003 geen directe uren had gewerkt en dat indirecte uren niet meegeteld mochten worden volgens de geldende Handleiding. De Raad overwoog dat de Handleiding een buitenwettelijk, begunstigend beleid bevat dat terughoudend door de bestuursrechter wordt getoetst. Tevens bleek dat appellant geen melding had gemaakt van werkzaamheden als zelfstandige op werkbriefjes en dat er geen sprake was van evidente fouten of subjectieve verwijtbaarheid.
De Raad stelde vast dat de door appellant ingebrachte bewijsstukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die niet eerder konden worden ingebracht. Hierdoor was inhoudelijke toetsing van de omvang van de gewerkte uren niet mogelijk. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.