ECLI:NL:CRVB:2009:BK0080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering en oplegging boete wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering die door het UWV werd herzien vanwege niet gemelde werkzaamheden als zelfstandige in zijn eenmanszaak. Het UWV legde een boete op van €484 wegens overtreding van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen zelfstandige werkzaamheden had verricht in 2003 en dat de herziening, terugvordering en boete onjuist waren. De Raad verwierp het verzoek om uitstel en oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet als zelfstandige actief was. Uit stukken en verklaringen bleek dat hij wel degelijk werkzaamheden verrichtte.
De Raad achtte het redelijk dat het UWV de omvang van de werkzaamheden schatte op minimaal 23,56 uur per week en dat appellant dit had moeten melden. De terugvordering van de onverschuldigde uitkering werd bevestigd. De opgelegde boete werd als evenredig beoordeeld, maar het bedrag werd door de Raad vastgesteld op €480. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Boete wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden vastgesteld op €480, terugvordering WW-uitkering bevestigd.