ECLI:NL:CRVB:2014:3874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep opschorting en intrekking bijstand WWB
Appellant ontvangt sinds 2008 bijstand op grond van de WWB. Het college heeft de bijstand in 2011 opgeschort en later ingetrokken wegens weigering algemeen geaccepteerd werk aan te nemen. Tijdens bezwaar is de bijstand gecontinueerd met een verlaging van 30% als maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend.
In hoger beroep stelt appellant dat het beroepschrift ook per fax op tijd is verzonden. De Raad onderzoekt dit en concludeert dat de fax op 16 mei 2012 door de rechtbank is ontvangen, waardoor het beroep tijdig is ingesteld. De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd. De Raad beoordeelt inhoudelijk dat appellant onvoldoende heeft meegewerkt aan re-integratieactiviteiten ondanks medische onderzoeken waaruit blijkt dat hij hiertoe in staat was.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De zaak wordt niet terugverwezen naar de rechtbank omdat appellant in hoger beroep heeft verwezen naar eerdere gronden en geen nieuwe inhoudelijke gronden heeft ingebracht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot opschorting en intrekking van bijstand wordt ongegrond verklaard.