ECLI:NL:CRVB:2015:2857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep bij terugvordering bijstand wegens onjuiste woonsituatie
Appellant ontving sinds 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft bij besluit van 1 februari 2013 de bijstand over de periode 2004-2007 herzien en teruggevorderd wegens onjuiste of onvolledige informatie over de woonsituatie van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering niet-ontvankelijk omdat appellant te laat de gronden van het beroep had ingediend en niet aannemelijk had gemaakt dat hij de herstelverzuimbrief van 1 augustus 2013 niet had ontvangen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het faxbericht niet was ontvangen, mogelijk door een technisch mankement.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat verzending per fax een toelaatbare wijze van verzending is en dat het op de verzender rust om de verzending aannemelijk te maken. De rechtbank had met het faxjournaal de verzending voldoende aannemelijk gemaakt. De blote ontkenning van appellant ontzenuwt het vermoeden van ontvangst niet. Omdat appellant ook niet binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep had ingediend, is het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en de terugvordering van bijstand wordt gehandhaafd.