ECLI:NL:CRVB:2014:1900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs van kostenvoorziening en verblijfplaats
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met terugwerkende kracht vanaf maart 2010. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat derden in de kosten van het bestaan hadden voorzien, mede doordat hij schulden met concrete terugbetalingsverplichtingen had aangegaan. Tevens verbleef appellant gedurende een deel van de periode niet in de gemeente Sittard-Geleen.
De Raad overwoog dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, zoals een met terugwerkende kracht verleende verblijfsvergunning. Appellant moest gedetailleerd en nauwkeurig opgave doen van zijn levensonderhoud en bewijsstukken overleggen. Hoewel hij verklaringen over leningen overlegde, waren deze onvoldoende concreet en deels buiten de relevante periode.
De Raad concludeerde dat het college de aanvraag terecht had afgewezen en dat de rechtbank een te beperkte toetsing had verricht. Het verzoek om schadevergoeding wegens te late betaling werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde gronden.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van kostenvoorziening en niet-verblijf in de juiste gemeente.