ECLI:NL:CRVB:2015:1388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning bijstand met terugwerkende kracht wegens onvoldoende bewijs leningen
Appellante, met Turkse nationaliteit en verblijvend in Nederland sinds 2002, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na intrekking van haar bijstand in 2010 vanwege een afgewezen verblijfsvergunning, werd deze later weer toegekend met ingang van augustus 2012. Appellante vorderde bijstand met terugwerkende kracht over de periode van oktober 2010 tot augustus 2012.
De rechtbank had het college opgedragen een nieuw besluit te nemen omdat het college ten onrechte een lening van €3.000,- voor inrichtingskosten buiten beschouwing had gelaten. In hoger beroep stelde appellante dat zij meerdere leningen had afgesloten bij derden om in haar levensonderhoud te voorzien.
De Raad oordeelde dat appellante deze leningen onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Zij had deze schulden niet vermeld bij haar aanvraag en pas laat bewijsstukken overgelegd. Voor sommige leningen ontbrak elke onderbouwing. Ook was niet duidelijk dat de geleende bedragen daadwerkelijk waren gebruikt voor levensonderhoud. Het college had daarom terecht geweigerd bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bijstand met terugwerkende kracht wordt niet toegekend wegens onvoldoende bewijs van schulden.