ECLI:NL:CRVB:2014:1781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en privégebruik dienstauto
Appellant was sinds 2005 in vaste dienst bij een overheidsinstelling en werd geconfronteerd met een onderzoek naar plichtsverzuim na een melding dat zijn travelcontrolpas werd gebruikt in een dienstauto op een moment dat hij geen dienst had. Uit het onderzoek bleek dat appellant privé gebruik maakte van dienstvoertuigen, onjuiste werktijdregistraties had ingediend en onterechte maaltijdvergoedingen declareerde.
De staatssecretaris legde appellant een schorsing op met inhouding van een deel van zijn bezoldiging, gevolgd door volledige inhouding en uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Appellant voerde onder meer aan dat het onderzoek onvoldoende aanleiding had, dat de rittenregistratie onbetrouwbaar was en dat hij toestemming had voor privégebruik, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het voornemen tot ontslag voldoende was gebaseerd, dat de inhoudingen op het salaris niet tot onoverkomelijke financiële problemen leidden, en dat het disciplinaire ontslag gelet op de ernst van de gedragingen niet onevenredig was. Ook werd geoordeeld dat het disciplinaire traject niet valt onder strafvervolging in de zin van artikel 6 EVRM Pro.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank Maastricht en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en wijst het hoger beroep af.