ECLI:NL:CRVB:2014:1389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verstoorde arbeidsrelatie zonder overwegend aandeel werkgever
Appellant was sinds 1994 in dienst bij de gemeente Amsterdam en werd per 27 mei 2010 ontslagen vanwege een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Het college stelde dat de impasse was veroorzaakt door de houding en het gedrag van appellant, terwijl appellant het college verantwoordelijk hield, vooral vanwege onvoldoende aandacht voor de impact van nachtdiensten op zijn gezondheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Tijdens de zitting werd erkend dat er sprake was van een impasse, maar partijen verschilden over de oorzaak en het aandeel daarin. Het college had een medisch onderzoek aangeboden, maar appellant weigerde hieraan mee te werken.
De Raad oordeelde dat het college geen overwegend aandeel had in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde arbeidsrelatie. Hoewel het college traag reageerde op klachten over nachtdiensten en de verhoudingen verslechterden door wederzijdse escalaties, rechtvaardigt dit geen aanvullende ontslagvergoeding boven de toegekende uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd zonder toekenning van aanvullende ontslagvergoeding.