ECLI:NL:CRVB:2013:BY8923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor kinderopvangkosten ondanks sociaal-medische indicatie
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor kinderopvangkosten vanwege een sociaal-medische indicatie. Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend wees de aanvraag af omdat de draagkracht van appellanten hoger was dan de kosten waarvoor zij bijstand vroegen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de aanvraag als subsidie moest worden beoordeeld, dat sprake was van rechtsongelijkheid met andere gemeenten, en dat het college de draagkracht onjuist berekende. Tevens stelden zij dat het college had moeten afwijken van het beleid wegens bijzondere omstandigheden.
De Raad oordeelde dat de aanvraag om bijzondere bijstand moet worden beoordeeld op grond van de WWB en niet als subsidie. Het college had binnen zijn beleidsvrijheid gehandeld door de draagkracht te berekenen op basis van 120% van de bijstandsnorm. De gestelde rechtsongelijkheid en onjuiste draagkrachtberekening werden niet onderbouwd. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigden.
Het beroep op artikel 16 WWB Pro werd verworpen omdat appellanten binnen de doelgroep van de WWB vallen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand voor kinderopvangkosten wordt bevestigd.