ECLI:NL:CRVB:2013:2047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autohandel
Appellant ontving sinds 1996 bijstand op grond van de WWB. Uit onderzoek bleek dat tussen januari 2004 en maart 2008 zeventien auto's kortstondig op zijn naam stonden, wat duidt op autohandel. Appellant meldde deze transacties niet aan het college, waardoor het recht op bijstand in die maanden niet kon worden vastgesteld.
Het college trok de bijstand over deze transactiemaanden in en vorderde de kosten van €18.126,70 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door psychosen werd beperkt en dat de rechtbank ten onrechte uitging van handelsactiviteiten.
De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat transacties plaatsvonden en dat appellant zijn inlichtingenplicht schond. De psychische gesteldheid van appellant bood geen vrijwaring. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand in de transactiemaanden. De terugvordering was terecht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.