ECLI:NL:CRVB:2012:BW7796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd opgeroepen voor een gesprek en het overleggen van documenten vanwege een onderzoek naar haar rechtmatigheid van bijstand. Ondanks oproepen op 9 en 11 augustus 2011 verscheen zij niet en leverde zij de gevraagde stukken niet aan. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot daarop de bijstand per 9 augustus 2011 op te schorten en vervolgens in te trekken.
Appellante betwistte de bezorging van het besluit van 9 augustus 2011 en stelde dat zij door persoonlijke problemen niet tijdig kon reageren. De Raad oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was bezorgd door de deponering in de brievenbus, bevestigd door een ambtseedverklaring van handhavingsspecialisten. Appellante verscheen niet op de zitting ondanks oproep, waardoor haar betwisting niet kon worden onderzocht.
De Raad concludeerde dat de termijn van twee dagen tussen oproep en gesprek niet onredelijk kort was en dat appellante geen geldige redenen had om niet te verschijnen of uitstel te vragen. Het college was bevoegd het recht op bijstand op grond van artikel 54 WWB Pro in te trekken. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 9 augustus 2011 wordt bevestigd wegens onvoldoende medewerking van appellante.