ECLI:NL:CRVB:2011:BU8290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarin haar beroep tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische rapportages consistent en concludent waren.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het medisch onderzoek niet deugdelijke wijze had plaatsgevonden, dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische en lichamelijke beperkingen en medicatiegebruik, en heeft zij verzocht om een onafhankelijk deskundigenonderzoek en een schadevergoeding. De Raad heeft deze gronden onderzocht en geen aanleiding gevonden om het oordeel van de rechtbank te vernietigen.
De Raad benadrukte dat de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige een bijzondere waarde hebben, mits zij zorgvuldig tot stand zijn gekomen en consistent zijn. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze rapportages onjuist of inconsistent zijn. Ook is geen sprake van bijwerkingen van medicatie die een aanscherping van de Functionele Mogelijkheden Lijst vereisen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Appellante verschijnt niet bij de zitting, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.