ECLI:NL:CRVB:2011:BR5129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet-naleving arbeidsverplichtingen
Appellante ontving samen met haar partner bijstand volgens de norm voor gehuwden. Het College van burgemeester en wethouders van Venray legde een verlaging van de bijstand op omdat haar partner niet voldeed aan verplichtingen om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en niet deelnam aan een traject richting werk.
De rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond voor de intrekking van de bijstand, maar ongegrond voor de verlaging van de bijstand. Appellante voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals de zorg voor een ziek kind en het feit dat zij geen deel had aan de maatregelwaardige gedraging, matiging van de verlaging rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden geen grond vormen voor matiging van de verlaging. Tevens werd vastgesteld dat de gezamenlijke huishouding pas op 1 maart 2008 was geëindigd, waardoor de bijstand terecht werd toegekend volgens de gehuwdennorm tot die datum.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% wordt bevestigd zonder matiging.