ECLI:NL:CRVB:2013:1118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging gezinsbijstand wegens schending inlichtingenverplichting en verblijf buitenland
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd verdacht van het verzwegen van inkomsten en verblijf in het buitenland zonder toestemming. Uit onderzoek bleek dat appellant meerdere periodes in het buitenland verbleef zonder dit te melden en dat hij niet had gemeld dat hij was gehuwd. Het college legde daarom een maatregel op door de bijstand met 30% te verlagen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarop hoger beroep werd ingesteld. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van zijn buitenlandse verblijven en huwelijk, maar dat hij wel tijdig melding had gemaakt van een latere buitenlandse periode. De verlaging van de gezinsbijstand werd als passend beoordeeld, ook al was de maatregel zwaarder dan in eerdere brieven aangekondigd.
De Raad benadrukte dat de maatregel terecht werd toegepast op de gezinsbijstand en dat appellant rekening moest houden met de gevolgen van zijn gedrag bij een nieuwe aanvraag binnen een jaar. De aangevallen uitspraak werd bevestigd met verbetering van gronden, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de gezinsbijstand met 30% wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.