ECLI:NL:CRVB:2011:BP7505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens overschrijding redelijke termijn in WWB-procedure
Appellant ontvangt sinds 1995 bijstand op grond van de WWB. In 1997 werd zijn bijstand verlaagd wegens weigering passende arbeid, een besluit dat later gedeeltelijk werd vernietigd maar waarvan de rechtsgevolgen bleven bestaan. In 2006 werd zijn actieve sollicitatieplicht aangepast op basis van een medische keuring, wat appellant aanvocht maar de rechtbank en Raad verwierpen.
De procedure kende meerdere instanties en wrakingsverzoeken tegen rechters, die werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 2006 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, stellende dat de termijn niet was overschreden.
De Raad oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte de periode tussen bezwaarbesluit en ontvangst beroepschrift buiten beschouwing liet, waardoor de redelijke termijn van vier jaar werd overschreden. De Raad vernietigt daarom dat deel van de uitspraak en heropent het onderzoek, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen en het onderzoek wordt heropend.