ECLI:NL:CRVB:2009:BK6981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZO-uitkering bij zwangerschap korter dan 24 weken en beoordeling redelijke termijn
Betrokkene viel uit wegens zwangerschapsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een zwangerschap van 21 weken werd het kind levenloos geboren. Het UWV beëindigde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid na 12 januari 2004 niet meer zwangerschapsgerelateerd was. Betrokkene kreeg geen WAZO-uitkering vanwege de zwangerschapsduur van minder dan 24 weken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, maar de Raad herstelt dit oordeel en bevestigt dat nationale wetgeving en praktijk het begrip 'bevalling' koppelen aan een zwangerschapsduur van ten minste 24 weken. Het beroep op de EU-richtlijn 92/85/EEG leidt niet tot een ander oordeel.
Daarnaast is vastgesteld dat de totale procedure meer dan vier jaar duurde, wat aanleiding geeft tot onderzoek naar mogelijke overschrijding van de redelijke termijn. De Raad heropent het onderzoek met de Staat der Nederlanden als partij voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens deze overschrijding.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WAZO-uitkering bij zwangerschap korter dan 24 weken en heropent het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.