ECLI:NL:CRVB:2010:BO6528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onduidelijkheid eigendomsoverdracht onroerend goed in Turkije
Appellante ontving bijstand sinds 27 december 2004. Het College trok de bijstand met ingang van 1 april 2007 in vanwege het bezit van een appartementencomplex in Turkije, dat volgens het College tot haar vermogen behoorde. Appellante stelde dat het complex vanaf 17 april 2007 was verkocht aan haar broer, maar kon dit niet met een rechtsgeldige eigendomsoverdracht aantonen.
De Raad oordeelt dat volgens Turks recht de overdracht pas rechtsgeldig is na registratie van een authentieke akte met foto’s en handtekeningen, welke ontbraken in de overgelegde stukken. Hierdoor blijft het complex tot het vermogen van appellante behoren voor de periode vanaf 1 tot 17 april 2007 terecht, maar niet voor de periode daarna.
De intrekking van bijstand vanaf 17 april 2007 berust op een ondeugdelijke motivering en wordt vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat appellante geen recht op bijstand had. De aanvraag tot hernieuwde bijstand wordt afgewezen omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar situatie was gewijzigd. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van bijstand vanaf 17 april 2007 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van eigendomsoverdracht, maar de afwijzing van de aanvraag tot bijstand wordt bevestigd.