ECLI:NL:CRVB:2012:BX6131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens niet-melding woningbezit
Appellante ontving bijstand sinds 1989 en sinds 2005 op grond van de WWB. Na een anonieme tip werd vastgesteld dat zij een appartement in Turkije bezat, geregistreerd op haar naam sinds 6 november 2007, met een taxatiewaarde van €43.000. Het dagelijks bestuur trok de bijstand met ingang van die datum in en vorderde de kosten terug wegens niet-melding van vermogen boven de vrijstellingsgrens.
Appellante voerde aan dat haar dochter feitelijk eigenaar was en dat het appartement een lagere waarde had dan aangenomen. Zij overhandigde verklaringen en een verkoopakte van 2010. Ook stelde zij dat door het ontbreken van een tolk bij een gesprek haar belangen waren geschaad.
De Raad oordeelde dat de registratie in het eigendomsregister de vooronderstelling rechtvaardigt dat appellante redelijkerwijs over het appartement kon beschikken. Appellante slaagde er niet in dit te weerleggen met objectieve en verifieerbare gegevens. De verklaringen en verkoopakte boden onvoldoende bewijs dat de dochter eigenaar was in de beoordelingsperiode. De taxatiewaarde bleef onbetwist. Het ontbreken van een tolk leidde niet tot schending van belangen omdat een zoon vertaalde en er geen aanwijzing was dat appellante anders had verklaard.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering bevestigd.