ECLI:NL:CRVB:2008:BG7243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn bij intrekking bijstand
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Utrecht waarin de bijstand aan een derde werd ingetrokken en de kosten daarvan werden teruggevorderd, mede van appellant. De gemeente had het besluit van 18 september 2003 op 9 oktober 2003 verzonden en op 10 oktober 2003 aan appellant aangeboden. Appellant stelde echter dat hij het besluit pas op 17 oktober 2006 bij betekening had ontvangen, waardoor de bezwaartermijn pas toen zou zijn aangevangen.
De Raad oordeelde dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht de bezwaartermijn van zes weken begint te lopen vanaf de dag na de juiste bekendmaking van het besluit. Uit de stukken bleek dat appellant het besluit reeds in oktober 2003 had ontvangen, onder meer omdat hij telefonisch contact had opgenomen met de sociale dienst en inzage in het dossier had gevraagd. De ontkenning van eerdere ontvangst werd als ongeloofwaardig beoordeeld.
Daarmee was de termijn voor het indienen van bezwaar op 21 november 2003 verstreken. Het bezwaar werd pas in oktober 2006 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het College had het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank had dit bevestigd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het hoger beroep is ongegrond verklaard.