ECLI:NL:CRVB:2011:BP8881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H.C.P. Venema
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar intrekking bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB tot 31 maart 2009, waarna het College haar uitkering opschortte en later introk wegens het niet reageren op oproepen tot het melden bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI). Appellante stelde dat zij twee weken in het ziekenhuis had gelegen en daarom niet kon reageren, maar kon geen bewijs van opname overleggen.
Zij diende een bezwaarschrift in dat door het College niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en dat geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het besluit pas na het bezwaarschrift had ontvangen en dat het besluit onjuist was geadresseerd.
De Raad oordeelde dat de termijn voor bezwaar op 25 april 2009 was aangevangen en dat het bezwaarschrift van 29 april 2009 pas op 11 december 2009 door het College was ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. De Raad achtte aannemelijk dat het besluit wel was ontvangen ondanks het onjuiste huisnummer en vond de stelling van appellante ongeloofwaardig. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.