ECLI:NL:CRVB:2010:BO4317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving gesprek met gemeente niet rechtsgeldig
Appellant ontving vanaf december 2002 bijstand op grond van de WWB. Het College van B&W Rotterdam sommeerde appellant voor een gesprek op 1 juni 2007 in het kader van een arbeidsmarkt- en bijstandsrechtonderzoek. Appellant verscheen niet, waarna het College het recht op bijstand opschortte en later introk met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2007.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar diende dit te laat in. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en wees het beroep tegen de intrekking af. In hoger beroep bevestigde de Raad de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het opschortingsbesluit.
De Raad oordeelde echter dat het College ten onrechte artikel 54, vierde lid, WWB gebruikte als bevoegdheidsgrondslag voor de intrekking, omdat de opschortingstermijn van acht weken was verstreken. De juiste grondslag zou artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, WWB moeten zijn. Hierdoor was het intrekkingsbesluit in strijd met artikel 3:4, tweede lid, Awb. De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen, waarbij de juiste wettelijke grondslag wordt toegepast.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Bezwaar tegen opschortingsbesluit niet-ontvankelijk, intrekking bijstand vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag