ECLI:NL:CRVB:2008:BD9714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag belastinginspecteur wegens plichtsverzuim bij belastingaangiftes echtgenote
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, werd geschorst en vervolgens ontslagen vanwege plichtsverzuim. Dit betrof het niet correct aangeven van rente-inkomsten en vermogensbestanddelen in de belastingaangiftes van zijn echtgenote over de jaren 1998 tot en met 2001.
De Raad overwoog dat appellant als belastinginspecteur een verhoogde zorgvuldigheid moest betrachten, zeker omdat het ging om zijn eigen fiscale belangen en die van zijn echtgenote. Ondanks zijn goede staat van dienst en de financieel nadelige gevolgen voor hem, was het plichtsverzuim van ernstige aard.
De Raad vond dat het voornemen tot schorsing en ontslag op een toereikende grondslag berustte en dat het ontslag niet onevenredig was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Dordrecht werd bevestigd, en de proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag van appellant wordt bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim bij belastingaangiftes van zijn echtgenote.