ECLI:NL:CRVB:2016:2002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel indicatie huishoudelijke hulp na ontoereikende normtijden Wmo
Appellante, meervoudig gehandicapt en rolstoelgebonden, had tot 1 januari 2013 recht op 32 uur huishoudelijke hulp per vier weken op basis van het CIZ-protocol. Na een wijziging van de normtijden door het college werd dit aantal uren verlaagd, wat appellante betwistte. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het college niet had aangetoond dat de verlaagde normtijden op objectieve criteria berusten en dat deze niet toereikend zijn als compensatie van beperkingen. De Raad bevestigde dat het college gehouden is een voorziening te treffen die maatwerk levert en het compensatiebeginsel respecteert.
De Raad vernietigde het besluit van 5 november 2014 en bepaalde dat appellante recht heeft op 32 uur huishoudelijke hulp per vier weken voor de periode van 1 juli 2013 tot 1 juli 2033. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed. De Raad benadrukte dat bij een verslechterde medische situatie een nieuwe aanvraag kan worden ingediend.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en appellante krijgt recht op 32 uur huishoudelijke hulp per vier weken toegewezen.