ECLI:NL:CRVB:2007:BC0360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WAO-uitkering
Appellant, die sinds 1998 wegens rugklachten arbeidsongeschikt is, vordert in hoger beroep herziening van het UWV-besluit waarin zijn WAO-uitkering is ingetrokken per 20 augustus 2002. De primaire medische beoordeling, uitgevoerd door arts Bremmer en begeleid door verzekeringsarts Foppen, concludeerde dat de belastbaarheid ongewijzigd bleef ondanks bijkomende schildklier- en huidproblemen. De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies, waarbij het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg.
Appellant betwist dat zijn klachten voldoende zijn meegewogen en voert aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig is, mede omdat de arts Bremmer niet geregistreerd was als verzekeringsarts. Tevens stelt hij dat het UWV onterecht gebruik maakte van het Functie Informatie Systeem (FIS) in plaats van het nieuwere Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) bij de functieactualisering.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig en adequaat is uitgevoerd, waarbij ook de aanvullende medische gegevens van specialisten zijn betrokken. De bezwaarverzekeringsarts heeft de medische gegevens grondig bestudeerd en geen aanleiding gezien tot wijziging van het oordeel. De Raad acht de geselecteerde functies passend en actueel, en wijst het bezwaar tegen het gebruik van FIS in plaats van CBBS af, omdat dit geen relevante verschillen in uitkomsten veroorzaakt.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die het bezwaar ongegrond verklaarde, wordt bevestigd. Het bestreden besluit van het UWV is daarmee rechtsgeldig en zorgvuldig genomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende onderbouwde medische en arbeidskundige beoordeling.