ECLI:NL:CRVB:2011:BP6225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks fibromyalgie
Appellante, werkzaam als consulente, viel uit wegens psychische en later fysieke klachten. Na onderzoek stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij ernstiger beperkt was en de aan haar voorgehouden functies ongeschikt waren. De Raad oordeelde dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 17 juni 2009 een juist beeld gaf van haar beperkingen en dat de bezwaararbeidsdeskundige de geschiktheid van functies voldoende had gemotiveerd.
Hoewel de diagnose fibromyalgie was gesteld, leidde dit niet automatisch tot beperkingen buiten de FML. Appellante kon niet overtuigend aantonen dat de beperkingen onvoldoende waren meegenomen. Het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard en appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering.