ECLI:NL:CRVB:2011:BT8976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen met ingang van 9 februari 2004, naar aanleiding van een vermeende toename van arbeidsongeschiktheid door een fietsongeval.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd en geen toegenomen beperkingen waren vastgesteld ten opzichte van de eerdere beoordeling van 24 april 2003.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat een niet-geregistreerd verzekeringsarts het primaire onderzoek had gedaan en dat zijn klachten en beperkingen waren toegenomen. De Raad oordeelde dat het rapport mede door een stafverzekeringsarts was ondertekend en dat het bezwaaronderzoek gemotiveerd was, waardoor geen aanleiding was voor een nieuw onderzoek.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de rechtbank de medische feiten onjuist had beoordeeld en bevestigde de uitspraak dat geen sprake was van toegenomen beperkingen. De vraag naar een andere ziekteoorzaak werd daarmee niet relevant geacht.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.