ECLI:NL:CRVB:2007:BA1702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling maatmaninkomen bij aanvraag nabestaandenuitkering ANW
Appellant, een zelfstandig agrariër, vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van zijn echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant niet meer dan 45% arbeidsongeschikt was volgens de vaststelling van de arbeidsdeskundige en bedrijfsarts.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld, omdat de Svb het UWV-maatmaninkomen had geïndexeerd dat was gebaseerd op inkomsten uit de jaren 1994-1996, terwijl volgens appellant het hogere reële inkomen uit 1998-2001 maatgevend moest zijn.
De Raad overwoog dat de wetgever aansluiting zocht bij de arbeidsongeschiktheidswetten en dat volgens de jurisprudentie het maatmaninkomen wordt vastgesteld op basis van de laatste drie boekjaren vóór het intreden van arbeidsongeschiktheid, zonder rekening te houden met latere bedrijfsresultaten.
De Raad concludeerde dat de vaststelling van het maatmaninkomen door de Svb juist was en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het maatmaninkomen correct is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.