ECLI:NL:CRVB:2010:BL4186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op datum overlijden echtgenoot
Appellante heeft na het overlijden van haar echtgenoot op 30 januari 2005 een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder een vereiste mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door psychische problemen niet kon werken en nog onder medische behandeling stond. De Raad overwoog dat de mate van arbeidsongeschiktheid moest worden vastgesteld op de datum van overlijden van haar echtgenoot en dat daarbij aansluiting gezocht moest worden bij de arbeidsongeschiktheidswetten.
De Raad baseerde zich op het advies van het UWV, waaronder rapportages van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige die concludeerden dat appellante ondanks bepaalde beperkingen in staat was tot arbeid met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. De door appellante ingediende medische stukken uit 2006 en 2007 waren niet relevant voor de situatie op de datum van overlijden. Gezien deze bevindingen bevestigde de Raad de afwijzing van de nabestaandenuitkering.
Uitkomst: De aanvraag om een nabestaandenuitkering is afgewezen omdat appellante op de datum van overlijden van haar echtgenoot onvoldoende arbeidsongeschikt was.