ECLI:NL:CRVB:2010:BL5723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder de vereiste mate van arbeidsongeschiktheid van minimaal 45%.
Na een eerdere uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde vanwege onvolledige vertalingen van medische rapporten en onvoldoende omschrijving van functies door de arbeidsdeskundige, heeft de Svb een nieuw besluit genomen. Dit besluit handhaafde de weigering na nader onderzoek en advies van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist en volledig zijn vastgesteld. De arbeidsdeskundige heeft de relevante functies adequaat omschreven en toegelicht. Appellante is minder dan 45% arbeidsongeschikt, waardoor zij geen recht heeft op de nabestaandenuitkering.
Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit tot weigering van de nabestaandenuitkering wordt ongegrond verklaard.