ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring maximering urenomvang maatman in Schattingsbesluit 2004
De zaak betreft hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het Schattingsbesluit 2004, waarin de urenomvang van de maatman wordt gemaximeerd op 38 uur per week, onverbindend verklaarde. Betrokkene was langer dan 38 uur per week werkzaam en ontving een WAO-uitkering berekend volgens het Schattingsbesluit 2004.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat artikel 18, eerste lid, van de WAO beoogt de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen aan de hand van het feitelijke verlies aan verdiencapaciteit. De maximering op 38 uur per week in het Schattingsbesluit 2004 tast dit uitgangspunt aan omdat het niet het reële verlies aan verdienvermogen vaststelt, maar een fictie creëert die inkomensderving buiten beschouwing laat.
De Raad wijst erop dat de wetgever in artikel 18, achtste lid, wel ruimte biedt voor afwijkende regels, maar dat deze regels niet mogen afwijken van de grondslagen van artikel 18, eerste lid. Praktische problemen met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem rechtvaardigen geen inbreuk op dit uitgangspunt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van betrokkene. Het besluit op bezwaar dat de uitkering berekende op basis van de maximering wordt vernietigd.
Uitkomst: De maximering van de urenomvang van de maatman op 38 uur per week in het Schattingsbesluit 2004 is onverbindend verklaard en het besluit van 24 maart 2005 vernietigd.