ECLI:NL:CRVB:2007:BA5120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks geschil over arbeidskundige beoordeling en uurloonvergelijking
Appellante, een voormalig schoonmaakster, maakte bezwaar tegen de toekenning van een gedeeltelijke WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV had haar beperkingen erkend maar vond haar geschikt voor bepaalde functies. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege een gebrek aan motivering over de geschiktheid van die functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellante dat haar psychische en lichamelijke beperkingen onderschat waren en dat zij niet in staat was te werken. De Raad volgde de rechtbank en vond dat de medische gegevens voldoende waren voor het oordeel van het UWV. Er waren geen nieuwe medische stukken die het oordeel konden betwijfelen.
Appellante voerde ook aan dat onjuist was uitgegaan van een uurloonvergelijking terwijl zij een werkweek van 51,75 uur had, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Raad. De Raad oordeelde dat deze uitspraak niet van toepassing was en dat de gehanteerde systematiek van het Besluit uurloonschatting 1999 een reëel beeld geeft van de resterende verdiencapaciteit.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en vond geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd gedaan door J.W. Schuttel op 11 mei 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedeeltelijke WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid.