ECLI:NL:CRVB:2002:AF1604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WAO-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens hoofdpijn- en maagklachten. Gedaagde heeft dit afgewezen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. In bezwaar en beroep voerde appellante aan dat haar belastbaarheid werd overschat en dat haar klachten, waaronder migraine en allergieën, onvoldoende werden meegewogen.
Medisch onderzoek toonde geen afwijkingen behalve migraine zonder aura; volledige arbeidsongeschiktheid werd niet vastgesteld. Ook werd geen depressie vastgesteld, ondanks appellantes stelling dat dit onvoldoende was onderzocht. Arbeidsdeskundig werd een belastbaarheidspatroon opgesteld waarin passende functies werden geselecteerd, met toepassing van een reductiefactor voor een parttime functie.
De Raad oordeelde dat de berekening van de resterende verdiencapaciteit en de medische beoordeling rechtens niet onjuist waren. De bezwaren van appellante werden onvoldoende onderbouwd met medische gegevens. Het bestreden besluit rustte op een juiste arbeidskundige en medische grondslag en kon de rechterlijke toetsing doorstaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de WAO-uitkering wordt bevestigd.