ECLI:NL:CRVB:2007:BB1067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon wegens ontbreken nieuw feiten of veranderde omstandigheden
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon nadat het UWV had vastgesteld dat in het verleden de vroegpensioenpremie niet correct was meegenomen in de dagloonberekening. Het UWV besloot herziening alleen toe te passen voor lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek, niet met terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het feit dat het UWV in het verleden onjuist heeft gehandeld geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Ook het argument dat de fout niet kenbaar was, wordt verworpen.
De Raad benadrukt dat het UWV een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat het niet onredelijk is dat herziening alleen plaatsvindt vanaf het moment van het verzoek. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere nationale en internationale bepalingen faalt eveneens. De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak terecht is en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om het WW-dagloon niet met terugwerkende kracht te herzien wordt bevestigd.