ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste opgave werkzaamheden
Appellant ontving sinds 3 mei 1999 een bijstandsuitkering en gaf aan 15 tot 20 uur per maand als pizzabakker te werken. Na een melding van dagelijkse werkzaamheden van 8 tot 9 uur stelde de sociale recherche een onderzoek in, dat leidde tot een rapport waarin werd geconcludeerd dat appellant meer uren werkte dan opgegeven.
Het College van B&W Amersfoort trok de bijstand over de periode 3 mei 1999 tot 31 juli 2004 terug en beëindigde de uitkering per 1 augustus 2004, met een terugvordering van €51.755,75. Appellant diende een aanvraag in die werd afgewezen wegens het ontbreken van een gewijzigde situatie.
De rechtbank vernietigde het primaire besluit wegens verkeerde wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad bevestigt dat de juiste grondslag de WWB is en oordeelt dat appellant onvoldoende informatie gaf over zijn werkzaamheden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De verklaringen van collega’s en werkgever, ondanks latere intrekkingen, worden als betrouwbaar beschouwd. De Raad concludeert dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Ook de afwijzing van de aanvraag wordt bevestigd omdat appellant geen relevante wijziging in omstandigheden heeft aangetoond.
De Raad wijst proceskosten af en bevestigt beide aangevallen uitspraken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd en de aanvraag afgewezen.