ECLI:NL:CRVB:2005:AU6381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten algemene bijstand aan vreemdelingen na Koppelingswet
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Leiden en het Ministerie van Sociale Zaken over vergoeding van kosten van algemene bijstand aan vreemdelingen die vóór 1 juli 1998 toestemming hadden gekregen hun procedure in Nederland af te wachten.
Met de inwerkingtreding van de Koppelingswet per 1 juli 1998 werd het recht op bijstand gekoppeld aan rechtmatig verblijf. De gemeente Leiden besloot echter voor genoemde vreemdelingen een inkomensvoorziening te handhaven en reserveerde hiervoor een bedrag, zonder deze kosten op te nemen in de reguliere kostenopgaven. Na een uitspraak van de Raad op 26 juni 2001 dat toepassing van het gewijzigde artikel 7 Abw Pro op deze groep vreemdelingen in strijd was met het IVBPR, declareerde de gemeente alsnog de kosten bij het ministerie, dat deze vergoeding weigerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, onder meer omdat de kosten al eerder zonder voorbehoud waren gedeclareerd. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank buiten de omvang van het geding trad en onjuiste motivering gaf. De Raad oordeelt dat het hier wel degelijk gaat om kosten van algemene bijstand en dat de weigering van vergoeding op grond van strijd met de Abw niet standhoudt.
De Raad benadrukt dat de declaratieprocedure strikt is en dat latere declaraties buiten deze procedure voor rekening van de gemeente blijven. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand, waardoor vergoeding van rente en schade niet wordt toegekend. Wel veroordeelt de Raad het ministerie in de proceskosten van de gemeente.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 19 mei 2003 vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.