ECLI:NL:CRVB:2005:AT9491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortzetting WAO-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar waarin het beroep tegen het besluit van 11 juni 2003 tot voortzetting van zijn WAO-uitkering van 80 tot 100% niet-ontvankelijk werd verklaard. Het bestreden besluit handhaaft het primaire besluit van 11 april 2000 dat de uitkering ongewijzigd voortgezet wordt.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen relevant procesbelang meer had omdat hij reeds het maximaal haalbare resultaat had bereikt: een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ook toekomstige beoordelingen van arbeidsongeschiktheid en een geschil met de werkgever over mogelijke aansprakelijkheid voor beroepsziekte boden geen voldoende belang om het beroep ontvankelijk te verklaren.
De Centrale Raad van Beroep stelt zich achter deze overwegingen en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep. Er zijn geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad concludeert dat appellant met zijn beroep niet meer kan bereiken dan wat al is toegekend en dat het belang bij verdere beoordeling ontbreekt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot voortzetting van de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.