ECLI:NL:CRVB:2008:BD9200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarin de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. Vervolgens heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 80 tot 100%, waarmee het UWV geheel tegemoet kwam aan het beroep van appellant.
De Raad stelde vast dat hierdoor het procesbelang van appellant in het hoger beroep was komen te vervallen, omdat het nieuwe besluit het geschil volledig oploste. Er was geen sprake van een verzoek om schadevergoeding of een ander belang dat een beoordeling van het bestreden besluit rechtvaardigde.
De medische en arbeidskundige gronden die appellant aanvoerde waren onvoldoende om het belang te handhaven, aangezien het nieuwe besluit het maximaal haalbare resultaat bevatte. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van enig procesbelang.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.