ECLI:NL:CRVB:2009:BK7036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna het UWV een nieuw besluit nam waarin appellant een IVA-uitkering werd toegekend per de datum in geschil.
Appellant erkende dat met deze toekenning grotendeels aan zijn vordering was voldaan, maar wilde het oordeel van de rechtbank over de medische onderbouwing niet onherroepelijk laten worden vanwege mogelijke toekomstige gevolgen. De Raad stelde echter vast dat het hoger beroep geen belang meer had omdat het UWV met het nieuwe besluit volledig tegemoet was gekomen aan de vordering.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een actueel geschil betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.