ECLI:NL:CRVB:2007:BB9555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Toekenning volledige WAO-uitkering en proceskostenvergoeding na bezwaarprocedure
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, nadat het UWV hem een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering had toegekend.
De Raad overwoog dat appellant het maximaal haalbare resultaat had bereikt met de toekenning van een volledige WAO-uitkering per 16 februari 2005, waardoor geen rechtens relevant belang meer bestond bij verdere beoordeling van het beroep. Het bezwaar tegen de medische grondslag en het gewijzigde maatmanloon werden niet als voldoende belang erkend. Tevens werd bevestigd dat appellant geen belang had bij toekomstige herbeoordelingen.
Wel oordeelde de Raad dat de rechtbank onterecht geen volledige proceskostenvergoeding had toegekend. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de reiskosten van appellant voor psychiatrische onderzoeken en de zitting, alsmede het griffierecht. Vergoeding van overige kosten, waaronder rechtsbijstand, werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak bevestigt het belang van procesbelang bij bestuursrechtelijke procedures en benadrukt de grenzen van herbeoordeling bij WAO-uitkeringen na volledige toekenning.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen wegens ontbreken van procesbelang, maar UWV veroordeeld tot vergoeding van reiskosten en griffierecht.