ECLI:NL:CRVB:2005:AT7663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar inzake de herziening en terugvordering van een WAO-uitkering van een gewezen ambtenaar die tevens werkzaamheden verrichtte voor diverse BV's.
De Raad oordeelt dat het schorsingsbesluit van 12 mei 1999 een besluit met rechtsgevolg is, maar dat dit besluit onvoldoende is gemotiveerd, waardoor vernietiging van het besluit op grond van artikel 7:12 Awb Pro terecht is. Verder stelt de Raad dat artikel 44 van Pro de WAO ook met terugwerkende kracht kan worden toegepast indien achteraf blijkt dat de verzekerde meer inkomsten uit arbeid heeft genoten dan opgegeven.
De Raad concludeert dat gedaagde zich door directe of indirecte verrijking een inkomen heeft verworven dat aanleiding gaf om zijn uitkering vanaf 1996 tot nihil te stellen. De terugvordering van onverschuldigde uitkeringen over de periode 1 januari 1996 tot 1 januari 1999 wordt gegrond verklaard, terwijl de terugvordering na 1 januari 1999 wordt vernietigd vanwege de wettelijke termijn van drie jaar. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkeringen over 1996-1999 wordt gehandhaafd, het schorsingsbesluit vernietigd wegens gebrek aan motivering, en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.