ECLI:NL:CRVB:2005:AT5003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning overgangsvoordelen AOW aan in Zwitserland wonende personen en schending redelijke termijn
Appellanten, woonachtig in Zwitserland, voerden beroep aan tegen de afwijzing van hun verzoeken om overgangsvoordelen AOW toe te kennen. De rechtbank had deze beroepen ongegrond verklaard, stellende dat de toepasselijke verdragen en wetgeving geen recht geven op deze voordelen voor in Zwitserland wonenden.
De Raad bevestigt dat de uitspraaktermijn door de rechtbank niet is overschreden en dat de verzending van uitspraken grotendeels binnen de wettelijke termijn plaatsvond, behalve in twee zaken waar overschrijding geen vernietiging rechtvaardigt. De Raad overweegt dat de Overeenkomst Nederland-Zwitserland geen overgangsvoordelen toekent en dat het Tractaat van vriendschap en het Verdrag van Wenen niet tot andere conclusies leiden.
In één zaak (02/1707 AOW) is de termijn voor beslissing op bezwaar door de Sociale verzekeringsbank ruimschoots overschreden, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert. De Raad acht dit onaanvaardbaar en kent een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe. De overige beroepen worden afgewezen en de bestreden uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de afwijzing van overgangsvoordelen AOW behalve in één zaak waar een schending van artikel 6 EVRM leidt tot vernietiging en schadevergoeding.